I. 🏗️ Algemeen overzicht
De leiding van de Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen (V.A.V.V.) berustte bij ir. R. Van Thillo, die als leider rechtstreeks verantwoordelijk was tegenover de Commissaris-Generaal voor ’s lands wederopbouw.
Onder hem functioneerde een centrale staf, bestaande uit referenten en leiders van de verschillende departementen. Deze organisatie was geïnspireerd op militaire en administratieve principes, met een duidelijke piramidale hiërarchie van nationale leiding tot individuele kampploeg.
II. 🧱 Centrale Departementen
De centrale leiding was verdeeld in vijf hoofdafdelingen, elk met specifieke diensten en taken:
1️⃣ Dienstorganisatie
- Organisatie
- Werving
- Gezondheidsdienst
2️⃣ Algemene Opleiding
- Scholing en intellectuele vorming
- Houding en ordensoefeningen
- Lichamelijke ontwikkeling – sport en athletiek
3️⃣ Propaganda
- Pers, film en radio
- Inlichtingsbureaus
4️⃣ Arbeidsplanning
- Buitendienst
- Studiedienst
- Technische dienst
- Arbeidscontrole
5️⃣ Beheer
- Boekhouding
- Uitrusting en bevoorrading
- Magazijndienst
- Tuigdienst
Naast deze departementen bestond ook een aparte Leidersschool, die verantwoordelijk was voor de opleiding van toekomstige kamp- en groepsleiders.
III. 🪖 Hiërarchische Indeling
| Niveau | Beschrijving |
|---|---|
| Leider van de V.A.V.V. | Hoogste nationale leiding — ir. R. Van Thillo. Verantwoordelijk tegenover de Commissaris-Generaal voor ’s lands wederopbouw. |
| Staf & Departementshoofden | Leiding per dienst: organisatie, opleiding, propaganda, arbeidsplanning en beheer. |
| Arbeidsgouwen | Regionale afdelingen, elk geleid door een arbeidsoveste of generaal-arbeidsleider met eigen staf. |
| Arbeidsgroepen | Elke gouw omvatte 5 à 6 groepen, geleid door een arbeidsleider of opperarbeidsleider. |
| Arbeidskampen | Kern van de organisatie, onder bevel van een Hopman. Elk kamp omvatte meerdere scharen. |
| Arbeidsscharen | Deelafdelingen binnen het kamp, elk geleid door een (onder)veldemeester. |
| Arbeidsploegen | Drie per schaar, geleid door een Ploegleider. |
| Arbeidskernen | Kleinste eenheid — vijf arbeiders onder leiding van een Voorman. |
De volledige structuur weerspiegelde een sterk hiërarchisch en disciplinair systeem, waarbij elk niveau nauw aansloot op het volgende.
IV. 🏕️ Structuur van het Arbeidskamp
Elk arbeidskamp stond onder leiding van een Hopman en bestond uit vier arbeidsscharen en één bijkomende “schaar buiten gelid” voor ondersteunende functies.
📘 Interne opbouw
- 1e schaar: Opperveldemeester (plaatsvervanger van de kampleider)
- 2e schaar: Veldmeester
- 3e & 4e schaar: Onderveldmeesters
- Schaar buiten gelid: Hofmeester, koks, kleermakers, schoenmakers, verpleegers, timmerlieden, kappers
Elke arbeidsschaar bestond uit drie ploegen, geleid door ploegleiders.
Elke ploeg had twee arbeidskernen van vijf mannen met één voorman.
Het administratieve en materiële beheer van het kamp gebeurde door een kwartiermeester.
De kampen werden samengebracht in arbeidsgroepen (5–6 kampen), die op hun beurt weer deel uitmaakten van arbeidsgouwen (4–5 groepen).
🧾 Lees meer:
► Alle artikels over het Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen (VAVV)

